Het boegbeeld van deze regering, Frank Vandenbroucke, gebruikt graag dit voorbeeld: een consultant wiens vennootschap 250.000 euro winst maakt, maar die zichzelf maar 1.250 euro per maand uitkeert.
Laten we er even niet bij stilstaan dat het toevallig de consultant is, en niet de zelfstandige verpleegkundige of kinesitherapeut. Zo'n erudiet man als onze minister zal zich toch niet verlagen tot stemmingmakerij. Maar laten we wél even stilstaan bij wat jij dacht, beste lezer, toen je dat voorbeeld las. Dacht je: dat is toch wel heel verdacht? Of dacht je: ja, en? Zit je in die tweede groep, dan heb ik een sterk vermoeden dat er een ondernemer in je schuilt.
Want een ondernemer weet dat dat geld niet verdwijnt. Het blijft in het bedrijf, om te investeren of als buffer voor de maand dat de opdrachten wegvallen.
Voor de minister is het allemaal zeer verdacht. Zijn redenering komt erop neer dat wie met een vennootschap werkt, moet bijdragen zoals een werknemer. Alsof beide hetzelfde zijn.
Neem de kinesitherapeut met een eigen vennootschap. Die heeft geen vast loon. Elke week opnieuw moet zijn agenda vol, want de huur van zijn praktijk, zijn behandeltafels en zijn verzekering betalen zich niet vanzelf. Wordt hij ziek, dan valt hij terug op een uitkering die een fractie is van wat hij verdient. Geen dertiende maand, geen opzegtermijn als de patiënten wegblijven.
En nee, hij betaalt geen "zeer weinig belastingen". Zijn vennootschap betaalt 20 procent op de winst, en dat tarief krijgt hij alleen als hij zichzelf minstens 50.000 euro loon toekent, gewoon belast in de personenbelasting. Keert hij uit wat overblijft, dan gaat daar in het beste geval nog eens 18 procent af. En de werknemer die 56 procent betaalt, met wie hij altijd vergeleken wordt? Dat toptarief geldt alleen voor het hoogste stuk van een hoog loon. De doorsnee werknemer betaalt dat slechts voor een fractie.
De echte vraag is niet wie hoeveel procent betaalt. De echte vraag is wie het risico draagt. Wie risico neemt, moet ook kunnen winnen als het goed afloopt. Dat lagere tarief is geen cadeau. Het is de beloning voor iemand die zonder vast loon, zonder vangnet en zonder werkgever werkt. Haal die beloning weg, en er blijft alleen risico over. Wie neemt dat dan nog?
Want dat is het probleem. We hebben niet minder, maar meer mensen nodig die die stap durven zetten. Wie investeert in een nieuwe praktijk of een nieuw project, weet niet of dat zich terugbetaalt. Lukt het niet, dan is het geld weg. Niet dat van de staat, het zijne.
Frank Vandenbroucke krijgt elke maand zijn loon, of zijn beleid nu werkt of niet. De kinesitherapeut krijgt het pas als er nog een volgende patiënt binnenstapt.
Dat verschil heeft Vandenbroucke nooit begrepen. En het gevaar is dat Meester Frank het altijd beter weet. Hij leerde ons onderwijs hoe het moest, en vandaag zijn de PISA-scores lager dan ooit. Hij ging de helden van de coronacrisis de les spellen, en voor het eerst in bijna 25 jaar riepen onze artsen op tot staking. Beste Meester Frank: blijf alsjeblieft met uw onwetendheid weg van ondernemers. Die hebben het al moeilijk genoeg met uw regering.