Na het nieuwe ernstige ongeval aan het busstation van Leuven leven voorzitter Axel Delvoie en ondervoorzitter Jo Robbelein in de eerste plaats mee met het slachtoffer, de familie, de buschauffeur en alle betrokkenen.
"Onze eerste gedachte gaat uit naar het slachtoffer en iedereen die door dit ongeval is getroffen."
Maar volgens Anders.Leuven mag het debat daar niet stoppen.
"Na elk ernstig ongeval horen we opnieuw dezelfde boodschap: er zijn al maatregelen genomen, vrije circulatie blijft het uitgangspunt en iedereen doet wat mogelijk is. Dat antwoord volstaat niet meer."
Volgens de partij is een busstation waar dagelijks duizenden reizigers en honderden bussen samenkomen geen statisch gegeven.
"Leuven groeit. Het aantal reizigers stijgt en ook het aantal bussen zal de komende jaren verder toenemen. Dan kun je niet blijven zeggen dat alles gedaan is. Veiligheid vraagt dat je jezelf voortdurend in vraag durft te stellen."
Anders.Leuven vraagt geen nieuwe studies of miljoeneninvesteringen.
"Leuven heeft al genoeg studies besteld. Waar de Leuvenaar nood aan heeft, is daadkracht. Na elk ernstig incident moet de vraag zijn: wat kunnen we morgen beter doen dan vandaag? Niet: waarom kan er niets meer gebeuren?"
De partij vraagt daarom dat de stad en De Lijn binnen afzienbare tijd gezamenlijk aangeven welke bijkomende maatregelen zij nog zullen nemen om de veiligheid verder te verhogen.
Volgens Anders.Leuven kunnen alvast een aantal praktische maatregelen onmiddellijk worden bekeken:
- een gerichte sensibiliseringscampagne rond veilig gedrag in het busstation;
- een grondige evaluatie van de huidige signalisatie en looproutes;
- het systematisch registreren en analyseren van bijna-ongevallen;
- bijkomende aandacht voor opleiding en ervaringsuitwisseling bij chauffeurs;
- een evaluatie van de operationele afspraken tijdens de drukste momenten.
"Veiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid. De stad, De Lijn, chauffeurs én reizigers hebben allemaal hun rol. Maar precies daarom verwachten wij ook dat iedereen na een ernstig ongeval bereid is om kritisch naar de eigen werking te kijken."
Voorzitter Axel Delvoie en ondervoorzitter Jo Robbelein besluiten:
"Het antwoord kan niet telkens zijn dat alles al gedaan is. Wie ervan overtuigd is dat er niets meer te verbeteren valt, legt de lat veel te laag. Goed bestuur betekent niet verdedigen wat er vandaag is, maar blijven zoeken naar wat morgen beter kan. Dat zijn we verschuldigd aan elke Leuvenaar die dagelijks het busstation gebruikt."