Een negatief ondernemersvertrouwen, piekende faillissementen en een daling in de export. Allemaal tekenen dat de Belgische economie in bijzonder zwaar weer zit. En Arizona? Die staat erbij en kijkt ernaar. Deze regering heeft geen plan, geen groeistrategie. De Vlaamse liberalen leggen een nieuw en radicaal voorstel op tafel. Een hervorming die een stevige boost zal geven aan onze economie. “Schaf de vennootschapsbelasting af, samen met de meeste bedrijfssubsidies”, zegt voorzitter Frédéric De Gucht. “In de plaats komt een eenvoudige, uniforme belasting op uitgekeerde winst. De operatie is nagenoeg budgetneutraal, betekent een grondige vereenvoudiging van het systeem en geeft ondernemingen ruimte om weer écht te investeren.”
De Nationale Bank voorspelde deze week dat de Belgische economische groei in het tweede kwartaal van 2026 naar nul zakt. Het ondernemersvertrouwen blijft negatief. Het aantal faillissementen piekte in 2025 op 11.600 - het slechtste jaar in meer dan een decennium - en deze trend zet zich door in 2026. Daarbovenop torsen onze industriële bedrijven een energiefactuur die tot 40% hoger ligt dan bij onze buurlanden, met productiedaling tot gevolg. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, klimt de inflatie opnieuw naar meer dan 4%.
"Alle alarmbellen staan op rood, bedrijven investeren op dit moment nog nauwelijks en de regering heeft geen antwoord", zegt Frédéric De Gucht. "Geen groeistrategie, geen investeringsagenda, geen visie. Onze economie heeft nood aan shocktherapie, niet aan nog meer pleisters op een houten been.” Daarom komt Anders. nu met een radicale hervorming, een verregaande vereenvoudiging van het systeem, die meteen ook voor een forse toename in investeringen zal zorgen. De liberalen stellen voor de vennootschapsbelasting volledig af te schaffen. Frédéric De Gucht: “Dat geeft bedrijven opnieuw de ruimte en het vertrouwen om te investeren, te groeien en jobs te creëren. Want uiteindelijk is het de economie die telt en die ligt momenteel op apegapen. Bovendien is deze hervorming nagenoeg budgetneutraal." Daarnaast maakt het van België voor buitenlandse bedrijven opnieuw een aantrekkelijk land om zich te vestigen, wat voor meer investeringen en werkgelegenheid zal zorgen.
De kern van het voorstel
Vandaag betalen Belgische bedrijven vennootschapsbelasting op hun winst. Dat was in 2024 goed voor bijna 24,5 miljard euro aan belastinginkomsten. Tegelijk krijgen bedrijven via allerlei kanalen zo'n 23,6 miljard euro aan subsidies terug. Het resultaat is een systeem dat enorm veel administratieve overhead creëert, zonder dat de netto fiscale opbrengst daar proportioneel beter van wordt.
Ons voorstel keert de logica om: winst die een bedrijf opnieuw investeert, wordt niet belast. Pas wanneer aandeelhouders winst effectief naar zichzelf uitkeren - via een dividend - treedt een belasting in werking. Die roerende voorheffing zou worden vastgelegd op één uniform tarief van 21 procent. Daarmee daalt de totale belastingdruk op dividenden gevoelig van 39% vandaag (vennootschapsbelasting + roerende voorheffing) naar 21%.
Klopt de rekening?
Deze budgettaire ommezwaai is ambitieus maar realistisch. Het verlies van 24,5 miljard aan vennootschapsbelasting wordt gecompenseerd door een combinatie van maatregelen:
Van de ruim 23 miljard aan bedrijfssubsidies is circa 11,4 miljard schrapbaar. Het gaat om allerlei loonsubsidies, directe investeringssteun en sectorale premies. Subsidies voor publieke diensten of zorgpersoneel blijven buiten schot. Ook het systeem van dienstencheques blijft behouden, net als de steun voor innovatie.
Daarnaast wordt een macro-economisch budgettair effect ingecalculeerd van 25%, gebaseerd op cijfers van de Hoge Raad van Financiën, wat neerkomt op 6,1 miljard euro. De redenering: lagere kapitaalkosten leiden tot meer investeringen en productiviteit. Internationale literatuur toont dat dit effect in de praktijk nog groter kan uitvallen.
Doordat de belastbare basis breder wordt, zijn er meer inkomsten uit de personenbelasting en sociale bijdragen. Tegelijk dalen de uitgaven voor werkloosheid en andere vormen van inactiviteit. Ook de btw-inkomsten nemen toe. Reken alles bij elkaar op 3,4 miljard euro.
Fors minder overheid en ambtenaren plus het terugdringen van administratieve overlast, brengt nog eens zo’n half miljard euro op.
Ten slotte levert de hervorming van de roerende voorheffing - waarbij alle gunstregimes zoals VVPRbis en de liquidatiereserve worden afgeschaft ten voordele van één tarief van 21 procent - een netto meeropbrengst op van 2,3 miljard euro. Opgebouwde liquidatiereserves blijven onaangeroerd.
Samengevat ziet dat er zo uit:
Maatregel / Hervorming | Budgettaire impact (in miljard euro) |
Afschaffen van de vennootschapsbelasting | -24,50 |
Macro-economisch budgettair effect | 6,13 |
Verbreding belastbare basis | 3,42 |
Minder ambtenaren nodig | 0,47 |
Schrappen van bedrijfssubsidies | 11,40 |
Hogere opbrengst roerende voorheffing (netto) | 2,32 |
Saldo | -0,77 |
In combinatie met ons saneringsplan van de begroting voor een totaal van 17,3 miljard euro is dit een win-win voor iedereen.
Meer vrijheid, minder complexiteit
Dit is een door en door liberale hervorming: bedrijven krijgen meer autonomie over hun eigen middelen, zonder te moeten navigeren door een woud van subsidievoorwaarden en fiscale uitzonderingsregimes. De focus verschuift van het belasten van ondernemen naar het belasten van effectieve kapitaaluitkeringen. Zo krijgt de economie de boost die ze dringend nodig heeft.
“Ons voorstel betekent een stevig zuurstofshot voor de economie” aldus Frédéric De Gucht. “En ons land krijgt hiermee een belangrijke USP (Unique Selling Proposition) waardoor ondernemers meer zullen investeren. We maken in één ruk ook komaf met het ingewikkelde kluwen van tarieven, uitzonderingen, subsidies en de mogelijke discussies met de fiscus die daarvan het gevolg zijn. Dat past helemaal in onze overtuiging dat je ingewikkelde zaken simpel moet maken.”